Identiteit en Kunst in Computernetwerken

published: 
April, 2012

 

Lezing gegeven in Januari 2000 in SubK te Utrecht, ter gelegenheid van een avond over 'digipersonae'. 

 

De kunstenaar achter antiorp, Gheorghe Dan. 

 

 

Ons sociale en maatschappelijke leven speelt zich steeds meer binnen de electronische media af. De laatste vier jaar heeft zich bij de nu al bijna traditioneel te noemen media als fotografie, film, radio (of fonografie) en televisie, het internet gevoegd. Het internet is het eerste computernetwerk dat massaal door het publiek betreden is. Voor het internet waren er al zogenaamde 'bulletin boards', en deze, plus andere min of meer gesloten computernetwerken zoals die van banken, overheden en universiteiten, spelen *dezelfde* rol als het internet in onze veranderende omgang met de werkelijkheid, al lijkt het een minder grote, minder krachtige. Het internet zorgt door zijn omvang en populariteit vergeleken bij deze netwerken vooral voor een nog snellere bewustwording van ons van wat Baudrillard de "hyper-realiteit" noemde. Een belangrijke aspect van de 'afstandelijke' manier van waarnemen en voorstellen die zich nu al meer dan een eeuw geleden heeft ingezet, is onze kijk op, in de eerste plaats, onszelf. Onze omgeving wordt via ons nieuwe zelfbeeld ook anders benaderd. Definities en concepten zoals die voor de invloed van het internet golden, kunnen op de helling komen te staan. Hieronder valt ook ons begrip van de beeldende kunst.

Projectie als vertegenwoordiger en plaatsvervanger van de werkelijkheid

  Door de mogelijkheid zichzelf te horen en te zien zoals anderen hen horen en zien hebben mensen rond de voorlaatste eeuwwisseling een andere verhouding tot zichzelf gekregen. Identiteit en zelfbeeld hangen niet langer alleen samen met een directe, fysieke plaats in de wereld: die van ons eigen lichaam. Een deel van de werkelijkheid wordt nu gerepresenteert door een projectie van onszelf, en van een vastgelegd beeld of geluid: een opname. De mogelijkheid een deel van onze identiteit als het ware vast te leggen bracht een aantal mogelijkheden met zich mee die we nu nog steeds aan het onderzoeken zijn, en die zich via het internet sterker doen gelden. Ten eerste is er het afstand nemen van het zelf, waardoor men het zelf kon observeren zoals we een ander observeren. Ten tweede creeerde een materiele vastlegging van 'onszelf' buiten onszelf de mogelijkheid tot het manipuleren of bewerken van dit materiaal. Ten derde onstond de mogelijkheid op meer plaatsen tegelijk aanwezig te zijn, zonder te verplaatsen, en zonder zelfs maar lichamelijk in de tegenwoordige tijd (realtime) te hoeven spreken of verschijnen. We kunnen onszelf nu 'projecteren'. Identiteit wordt imago. Deze aspecten zijn voor het merendeel natuurlijk niet geheel nieuw in de geschiedenis van onze wereld. Sommige hebben zich al eerder gemanifesteert, maar op een ander niveau. Denk bijvoorbeeld aan de verfraaide portretten van adel en gegoede burgers die oa in het Rijksmuseum hangen, of denk aan de manier waarop schrijvers van romans en ook van kranten, voor het ontstaan van de zogenaamde nieuwe media, met de werkelijkheid van zichzelf en anderen hebben gespeelt. De goedkope, eenvoudig te hanteren technologieen van dit moment hebben echter deze aspecten van vastleggen en lichaamloze verplaatsing of representatie alledaags gemaakt, niet alleen voor overheden en andere invloedrijke instellingen: deze aspecten zijn nu ook vrij normaal voor een groot deel van de bevolking. Hun impact op de tastbare werkelijkheid is daardoor veel groter.

We kunnen onszelf niet langer zien als 'buitenmedialen' (Arjen Mulder). We zijn, naast onze aanwezigheid in onze fysieke omgeving, deel geworden van een soort simulatie, een weergave van de wereld. Naast de aanwezigheid van een behoorlijk abstracte versie van onszelf in databanken van overheden bevinden we ons ook steeds meer gevoelsmatig in werelden op tv, radio en internet. Onze wereld lijkt groter geworden, maar heeft zich in feite anders ingedeeld. Onder invloed van het abstracte, mediale deel van ons leven neemt namelijk het belang van de fysieke realiteit af. De fysieke wereld zelf wordt ge-abstraheert, en als abstract(er) ervaren. Contrasten in opvatting en ervaring in deze fysieke wereld worden hierdoor minder sterk uitgespeelt. Onze eigen ervaringen zijn immers relatief en manipuleerbaar gebleken. Hiermee samenhangend is 'de wet van de media', "wat zich buiten de media afspeelt, bestaat niet", uitgebreid. Het wordt steeds meer: "wat zich buiten de media afspeelt, is verdacht". Waar de eerste stelling nog een lacherige reactie kan veroorzaken, en duidelijk een megalomane attitude van 'de' massa media weerspiegelt, is de tweede stelling verontrustender. Zij is veel meer vanuit het standpunt en de ervaring van het publiek gedacht. Het belang en de interpretatie van een gebeurtenis of situatie hangt af van hoe deze wordt weergegeven in de media.

bewust en 'actief' aanwezig in het internet

  Het steeds meer wijdverspreidde gebruik van het internet brengt een versterkte vorm van het voorgenoemde met zich mee, maar tegelijkertijd, en dat is interessant, veroorzaakt het een tegenbeweging. Deze mediale ervaringen die zich sluipend over ons leven meester hebben gemaakt, die ruim zijn beschreven in postmoderne filosofieen, dringen zich steeds duidelijker in al hun aspecten aan een groter publiek op. Via het zelf aanwezig zijn binnen het medium internet, wordt de werking van de mediale ervaringen doorzichtiger. Doordat ze bewuster beleeft kunnen worden, zijn ze makkelijker te beschrijven en te hanteren. En men begint zich tegen medialisering te verzetten, of er in ieder geval vraagtekens bij te zetten. Een niet onbelangrijk deel van ons begrijpen van de werking van media wordt in deze veroorzaakt door kunstenaars en hackers die op het internet, of met het internet in combinatie met andere media, werken. Dat wil niet zeggen dat kunstenaars bewust op een missie zijn om het medium waarin zij werken te ontsluieren. Het tegendeel is meestal het geval, maar door de kluit op een spannende of ingenieuze manier te belazeren, maken zij uiteindelijk wel duidelijk met wat voor zaken wij in de nabije toekomst te maken krijgen. De techniek die gebruikt wordt komt soms in de buurt van hacken. Hackers zijn over het algemeen puur en alleen uit op het opsporen van zwakke plekken in computer techniek, en gaan vervolgens niet verder dan deze aan te tonen. (Dit is trouwens voor velen al bedreigend en schokkend genoeg) Kunstenaars gaan meestal een stap verder, en esthetiseren hun actie, of veranderen het effect ervan door er een vreemde draai aan te geven. Het hacken van kunstenaars gaat meestal echter niet verder dan wat 'social hacking' wordt genoemd, en grijpt dus minder in in de techniek of code waaruit de digitale wereld is opgebouwd. Kortom: de codes waar zij veelal mee spelen zijn die van de sociale orde.

Wat moet je je hier nou bij voorstellen? Ik zal een aantal voorbeelden geven van projecten die niet op deze avond gepresenteert worden, en die zeer net.specifiek zijn. Net.specifiek betekent hier dat deze identiteiten zonder het internet niet of nauwelijks tot stand hadden kunnen komen. Deze voorbeelden zijn vanuit heel verschillende achtergronden ontstaan. Zo dient het idee van de mens-machine, oftewel de cyborg, niet alleen als puur symbolisch, filosofisch uitgangspunt voor bijvoorbeeld het cyberfeminisme. 'Het' kan ook werkelijk ontstaan, en tegelijkertijd als imago en identiteit dienen, waardoor degene die 'het' creerde als het ware beschermt wordt door het ondoordringbaar machinale 'uiterlijk' van de cyborg. Deze bijna onaantastbare identiteit staat als duidelijke creatie buiten de gewone sociale orde, en soms er zelfs boven. Een identiteit in deze vorm kan dienen als ultiem middel voor rebellie, voor het verstoren van de maatschappelijke en sociale ordes. Het is het inzetten van identiteit als masker, of als bivakmuts.

Het creeeren van volslagen nieuwe identiteiten, persoonlijkheden die niet of nauwelijks binding hebben met hun maker, komt weinig voor. Bijna alle gecreeerde identiteiten op het internet zijn als het ware avatars, afspiegelingen in een of andere vorm, van hun makers. Het zijn fantasien die door de maker vrij direct beleeft worden via zijn of haar avatar of digipersonage. Het werk van Debra Solomon bijvoorbeeld, The_Living, toont de kunstenares in allerlei voor haar en haar online omgeving heldhaftige, buitengewone, poses. Ze wordt een supervrouw, door middel van technische truuks, door middel van manipulatie van beeld en verwachtingen van mensen. De ideeen en gevoelens van de kunstenares bepalen echter het personage van The_Living. Hetzelfde geld voor Mouchette. Een totaal onafhankelijk digitaal personage bestaat natuurlijk niet, maar het is wel mogelijk een personage te laten vormen door de invloed van velen. De identiteit die dan ontstaat is er een die ongrijpbaar is, maar tegelijkertijd een grotere emotionele band kan hebben met zijn of haar omgeving. Deze omgeving houdt deze personage immers in 'leven'. Ik heb deze vorm van digipersona ooit een geest, of een spook, genoemd, vanwege het vluchtige en onvoorspelbare karakter ervan.

De derde vorm van digipersona's waar ik een fraai voorbeeld van wil geven is de simpelweg valse identiteit. Deze bestaat uiteraard al lang buiten het internet, maar heeft nooit met zoveel gemak echt kunnen lijken. En waarom blijven bij maar een valse identiteit, als de techniek zoveel meer toestaat?

female extensions: simulatie als strijdmiddel tegen ongewenste machtsstructuren

  In 1997 werd door de Hamburger Kunsthalle een competitie voor internetkunst georganiseert. Internetkunst, of net.kunst zoals het kortweg genoemd wordt, was in die tijd nog vrij onbekend. Vanaf het moment dat de kunstvorm van zich deed spreken en besproken werd op voornamelijk mailinglists, waren er allerhande strubbelingen rond het fenomeen. Een in het oog springend discussiepunt is het verzet van veel kunstenaars tegen institutionalisering van hun werk. Aangezien net.kunst niet direkt afhankelijk is van instituten om zich aan een groot publiek te presenteren, is de wens van veel kunstenaars om zich te bemoeien met allerhande aspecten van de opname van hun werk door de 'kunstwereld' wellicht nog sterker dan in vorige kunststromingen, hoe radikaal deze ook waren. Men heeft het gevoel dat men de vingers letterlijk op alle knoppen heeft, en van binnenuit het steeds verder ge-informatiseerde 'systeem' kan veranderen. Dit pioniersgevoel van ongekende mogelijkheden en vrijheid heeft twee kanten: aan de ene kant levert het zeer speelse en radikale kunstwerken op, die zich in verschillende disciplines tegelijk af kunnen spelen (bijvoorbeeld politiek en kunst, wat een heel bekende combinatie is); aan de andere kant heerst er ook enigzins de tirannie van de betweter, die zijn of haar net.cultuur boven alles plaatst. (Dit aspect zien we overigens heel sterk bij de cyborg.) Deze tirannie van de orthodoxe netizen (ingezetene van cyberspace) is tegelijk positief en negatief. De schoonheid en vindingrijkheid van cybercultuur levert onze maatschappij heel interessante, bruikbare alternatieven en inzichten op. Daarnaast bevinden veel radikale net.kunstwerken zich op het randje van wat ethisch acceptabel is. Het is echter precies dit balanceren met gedragscodes en wetten dat ons voorbereid op een overgang van een half 'werkelijke' wereld naar een onwerkelijke.

Terug naar het voorbeeld: Toen de oproep vanuit de Hamburger Kunsthalle kwam voor de tentoonstelling "Extensions" werk in te leveren, en mee te dingen naar een geldprijs, besloot de duitse kunstenares en feministe Cornelia Sollfrank deze competitie, de allereerste competitie voor net.kunst, te saboteren. Ze creeerde 288 verschillende (vrouwelijke) identiteiten, waarvan ze er circa 200 inschreef voor de wedstrijd. Er werd een computerprogramma ingezet om door middel van tamelijk willekeurig verzamelde data html, oftewel web-pagina's, te genereren, die als kunstwerk dienst moesten doen. Doel was de jury dusdanig te overladen, dat deze haar werk niet goed kon doen, of de jury toch minstens een lastige tijd te bezorgen. Het lukte de automatisch gemaakte sites niet een prijs te winnen: die gingen alle drie naar mannelijke kunstenaars. Tegelijkertijd met de bekendmaking van de namen van de winnaars maakte Cornelia Sollfrank echter wereldkundig wat ze had gedaan. De hele wedstrijd werd daardoor min of meer in het belachelijke getrokken: wie nu eigenlijk de beste prestatie geleverd had werd uit de handen van de jury gehaald, en de uitspraak wie het interessantste net.kunstwerk had geleverd werd in de handen van het (internet) publiek gelegd. De jury was afgetroeft, en het bepalen van de waarde van net.kunst was tijdelijk terug waar die hoorde: in de handen van het internet 'publiek'. Wie kon in de ogen van het internet publiek immers de prijs anders winnen dan Cornelia Sollfrank zelf? Haar stunt was vanwege technische en sociaal-politieke redenen duidelijk de winnaar. (de naam van het project was overigens "Female Extensions") Cornelia Sollfranks actie had echter nog een doel. Ze noemt haar project "cyberfeministisch" in het boek "Netz.kunst".(samengesteld door een andere dame die zich ook graag voor deze term inzet: Verena Kuni.) In Sollfranks tekst vraagt ze om een ruimere invulling van het begrip 'politiek'. Ik vertaal haar woorden even losjes: "Dit ruimere begrip moet de mogelijkheid in zich hebben paradoxaal en utopisch te zijn. Zij is oppositioneel, kan vanuit verschillende standpunten tegelijk argumenteren, en maakt toch een zinvol politiek handelen mogelijk: een begrip van politiek, die politiek simuleert en tegelijkertijd politiek werkzaam is. Met een dergelijk begrip van politiek bevinden we ons in de buurt van de kunst."

Het is niet voor niets dat de term digipersonae zoveel opduikt in de omgeving van cyberfeministen, en veel, zoals ook hier in Utrecht, ingezet wordt in combinatie met het werk van vrouwen. Het verschijnsel van de maakbare identiteit, in een samenleving die zich steeds meer binnen electronische netwerken en een gesimuleerde architectuur afspeelt, biedt wellicht voor alle politiek of maatschappelijk 'zwakkeren' de kans aan een bijna onontkoombare ondergeschikte rol te ontsnappen, of een rol te spelen die eerst buiten bereik lag. De woorden van Cornelia Sollfranck tonen een duidelijke invloed van een bewuste mediale ervaring van de werkelijkheid. Ze beschrijft precies de situatie waarin een ieder zich bevind in een informatie maatschappij: zonder een vaste vorm aan te -kunnen- nemen, is het voor vrijwel iedereen toch noodzakelijk een consistente identiteit op te bouwen. Vanuit het per definitie vormeloze bouwen we onszelf en onze omgeving opnieuw op. Aan ons is nu de vraag hoe we dat gaan vormgeven. Volstaan oude, uit het materiele ontstane modellen, of moeten we onze nu redelijk doorzichtige mediale ervaringen gebruiken om beter passende structuren te ontwerpen? Niet alleen onze identiteit is aan de orde. De identiteit van onze omgeving en de onze zijn met elkaar verbonden. Het is dus zaak te weten hoe beide vormgegeven worden en kunnen worden.

geest op en van het internet: Keiko Suzuki

  Voordat ik mij verder aan hierover verder filosoferen waag, wil ik nog een voorbeeld geven van een project van twee kunstenaars, dat een digipersona opleverde. Deze personage heette Keiko Suzuki, en werd in eerste instantie gecreeerd door Heath Bunting uit Groot-Brittanie en Vuk Cosic uit Slovenie. Beide heren behoren tot de bekendste net.kunstenaars. Het project werd geboren uit waarschijnlijk dubieuze (sexistische en racistische) motieven, reden waarom het op een gegeven moment om zeep werd geholpen door de vriendin van 1 van hen, de net.kunstenares Rachel Baker. Het plan om een nep personage op het internet te zetten werd geboren in Tokyo, toen Heath Bunting daar was voor een festival. Lange tijd was Keiko Suzuki niet meer dan een vaag erotisch plaatje op een webpagina, maar toen de net.kunst mailinglist 7-11 ontstond, werd besloten haar tot host oftewel gastvrouw van de lijst te maken. Via haar hadden de echte gastheren en -dames de mogelijkheid als 1 stem te spreken, en aangesproken te worden. Het was lange tijd voor velen onduidelijk of Keiko een echte persoon was of niet. Rondom haar en haar onduidelijke status onstond een soort cultus, en Keiko Suzuki was een tijdlang catalysator en bindend element in het 7-11 netwerk. De truuk achter haar verschijning lekte langzaamaan uit; langzaam genoeg om een mooi spel op te leveren tussen verschillende mensen die haar als het ware 'invulling' gaven onderling, en zij die daarop reageerden. Keiko Suzuki bleek een admin pagina te zijn, oftewel een pagina op het web waar gegevens ingevoerd kunnen worden. Via een 'raam' kon men in naam van Keiko een email naar de mailinglist sturen. Via een ander raam kon men de sig.file onder alle naar de lijst gestuurde emails veranderen. Omdat op Keiko's oorspronkelijke ('erotische') webpagina ook de mogelijkheid was toegevoegd Keiko een email te sturen, die alleen niet naar haar privee adres werd gestuurd, maar naar de mailinglist, kon er op 7-11 een ingewikkeld en meeslepend spel ontstaan. In feite was de structuur rond Keiko Suzuki zo open, dat deze een tot nu toe onge-evenaarde 'gefabriceerde' onafhankelijke persoonlijkheid heeft opgeleverd. In een tekst over haar heb ik het eerder zo geschreven: "de af en toe dubieuze sexistische input werd afgevlakt en omgedraaid door verschillende 'stemmen' op 7-11, om vervolgens weer terug gedraaid te worden. Op deze manier kreeg Keiko Suzuki menselijk falen en menselijke grillen toebedeelt. Ze sprak zichzelf tegen. Ze was een intellectueel, een minares, een activiste en een domme bimbo. (..) Wat je ervoer was poezie in beweging, een gedachtengang die geen enkele gewone uitwisseling van tekst binnen een mailinglist ooit zou kunnen oproepen. Het was eigenlijk als een beeld van het web en de mensen achter de lijst: anoniem, maar toch bekend. En een tijd lang was het verbazingwekkend samenhangend." De open structuur die door haar makers gecreeerd was, en het loslaten van controle over haar, maakte het mogelijk dat deze identiteit groeide tot een fraai voorbeeld van een visualisering van de net psyche. Een psyche los van het individu. Keiko Suzuki was in feite een experiment in communicatie in de vorm van een behoorlijk consistente identiteit.

ik ben geen mens: antiorp en de waarheid van het systeem Tot een jongere generatie internetkunstenaars behoort antiorp. antiorp werd voor het eerst bekend via de in 1998 inmiddels moeilijk leesbare mailinglist 7-11. Deze lijst die was opgericht als uitwisselings- en ontmoetings'ruimte' voor netkunstenaars, is een zogenaamde 'ongemodereerde' lijst. Dit betekent dat iedereen er kan 'posten'. Een heleboel mailinglists willen hun leden al te chaotische, al te domme (oftewel commerciele), of al te beledigende post besparen. Het argument hierachter is meestal dat men wil voorkomen dat er 'te veel' email door iemand (onnodig) doorgeworsteld moet worden. In feite werkt moderatie als een filter, dat bestaat uit de normen en waarden van de moderator. Voor netkunst is mailinglist moderatie eigenlijk een slecht fenomeen. Hoewel natuurlijk op een lijst waar men over bijvoorbeeld bobsleeen of macramee-en wil schrijven geen behoefte is aan experimenten met het medium waarin dat gebeurd, is echter binnen bepaalde gemeenschappen, die mailinglists in zekere zin vormen, moderatie een noodzakelijk Kwaad. Een mailinglist die zegt zich op het gebied van netkunst te begeven, maar berichten en experimenten van kunstenaars filtert, heeft een probleem, of zit toch zeker met een dilemma. Meestal wordt daar behoorlijk licht over gedaan. Communicatie en wederzijds begrip worden aangevoerd als hoogste goed, waarvoor radikale input moet wijken. Hoewel deze instelling soms heel begrijpelijk is, vormt ze onbewust de basis voor een normenstelsel aan de hand waarvan de nieuwe kunstuitingen op het net worden ingedeelt in waardevol en 'noise' (oftewel rotzooi). Moderatie van een mailinglist is dus (waar het netkunst treft) de eerste stap op weg naar een dominante netkunstkritiek.

antiorp is iemand die deze vorm van kritiek veel over zich heen heeft gehad, maar ook duidelijk over zich af heeft geroepen. In het geval van antiorp snijdt het mes aan twee kanten. Door de radikale opstelling van de kunstenaar wordt het voor hem of haar steeds moeilijker opvattingen en werk naar buiten te brengen. Aan de andere kant creeert de consternatie die steeds weer ontstaat rondom zijn/haar instelling binnen -en zijn/haar uiteindelijke verwijdering uit- een discussiegroep een ongemakkelijk gevoel van twijfel aan de goede bedoelingen van de list-owner of moderator. Deze twijfel is uiteraard bij de 1 minder heftig aanwezig dan bij de ander, maar zorgt uiteindelijk toch voor enige contemplatie over gezamelijke doelstellingen. Wat antiorp doet is zonder zich te storen aan alle mogelijke sociale conventies (beleefdheid, redelijkheid, duidelijkheid, leesbaarheid) op een lijst zich met bijna alles bemoeien en scherpe oordelen te geven in de vorm van wat hier het best beschreven kan worden als een soort 'poesie concrete'. De oordelen over personen en instituten zijn vaak beledigend. Zo waren de medewerkers aan het tactische media festival n5m3 "korporate fascist zlaves". Antiorps mails zijn moeilijk te lezen voor iemand die snel door tekst heen wil, het vergt enig omschakelen. Als je ze echter leest, blijkt dat er een radikaal (links-) politieke instelling achter zit, en een grote toewijding aan techniek en kunst van het internet. Antiorp is bovendien een van de technisch meest onderlegde netkunstenaars. De centrale figuur in deze persoonlijkheid lijkt daarnaast ook 'medeplichtigen' te hebben. Er gaat soms meer dan 1 persoon achter dit masker schuil.

Waar het hier echter om gaat, is dat via het zich verschuilen achter een zwaar overstuurt concept van een online robot, een machine als identiteit, antiorp de mogelijkheid schept zich buiten de gehele maatschappij te stellen en toch te blijven functioneren. Er zijn trouwens ook nog steeds mensen die zich afvragen of deze entiteit niet gewoon door een 'stuk' software gegenereert wordt. Door het aannemen van de identiteit van een denkende machine kan antiorp zonder aansziens des persoons handelen, en principes en woorden tot op de letter opvolgen. Emoties en sociaal gedrag zitten niet in de weg. Hierdoor, en doordat 'het' zich natuurlijk overal op het net begeeft, is antiorp vrijer dan de meeste personages in een mud of moo (op tekst gebaseerde ontmoetingsruimtes waarin mensen hun eigen personages verzinnen) of een personage als The_Living. Het kan volledig eigen regels verzinnen. De machinale benadering van de werkelijkheid die antiorp erop nahoudt, legt ook genadeloos onlogische of inconsequente handelingen binnen menselijke denksystemen en binnen politieke en sociale structuren bloot. Deze meedogenloze techniek en tactiek is door zijn hardheid en starheid echter ook dusdanig onmenselijk dat ze bijna een soort Weltschmertz lijkt te weerspiegelen, en komt de vraag op of deze entiteit zichzelf niet het meest pijnigt. Niet voor niets werd door de kunstenaars achter 0100101110101101.ORG gekscherend gezegd dat in de toekomst antiorp met Van Gogh vergeleken zal worden.

identiteit als positie De voorbeelden die ik gaf, tonen slechts een deel van de mogelijkheden die ons voor handen zijn in 'het net'. Wat in ieder geval wel duidelijk zou moeten zijn, is dat ook wij door deze maakbare identiteiten niet ontkomen aan het invulling geven aan onze eigen identiteit. Al is het maar de invulling van een deel daarvan, zoals bijvoorbeeld onze maatschappelijke status. We ontkomen niet aan een positionering van onszelf, als we niet willen dat een ander, of een omstandigheid, deze voor ons zal genereren. In zekere zin is onze positie al sinds het ontstaan van de nieuwe media (in de definitie van Lev Manovich) door de projectie van de wereld daarbinnen bepaalt. De werkelijkheid zoals die binnen het internet geprojecteert wordt is echter als het ware een projectie van een projectie, of een simulatie van een al gesimuleerde mediale werkelijkheid. Ons hele maatschappelijke en economische stelsel wordt als het ware getracht weer te geven in een medium dat door zijn karakteristieken de inhoud die haar wordt toebedeelt onstabiel maakt. Via het digitale vastleggen van welk object, welke structuur, of welke gegevens dan ook, verworden deze zaken tot versnijdbare samples binnen een soort gigantisch, verspreid stuk opname en afspeelapparatuur. Wat veel net.kunst doet, is spelen met onze verwachtingen van en zienswijzen op de werkelijkheid, door de digitale weergave ervan te gebruiken. (De duidelijkste voorbeelden hiervan zijn de werken van wat zich "the Cultural Terrorist Agency", oftwel CTA, noemt. Hierachter bevinden zich hoofdzakelijk weer de netkunstenaars Heath Bunting en Rachel Baker. Zij nemen bijv vaak grote bedrijven met gedeponeerde namen te grazen, door het begrip dat deze bedrijven vooral via hun merknamen vertegenwoordigen in te zetten voor andere doeleinden. Ook is men een initiatief gestart dat probeert kunstkritiek en handel rondom netkunst te ondermijnen, door teksten te versturen uit naam van bekende critici en (toch al moeilijk verhandelbare) netkunst voor niets weg te geven aan grote musea.)

De amerikaanse kunstenaar en schrijver Brett Stalbaum schrijft echter in een artikel in het online magazine Switch van vorig jaar zomer over de nieuwe positie van de kunst zelf door het ontstaan van net.kunst. Door het maken van kunst binnen een simulatie van een alreeds gesimuleerde werkelijkheid waarin natuurlijk ook de kunst zich bevond, is de kunst zoals wij die kenden verworden tot deel van het alledaagse. Kunst buiten het internet is, als we er moderne en postmoderne theorien op loslaten, decoratie en materiaal geworden voor een kunstvorm die in een laag van de werkelijkheid onstaat die zich bovenop onze reeds bestaande mediale werkelijkheid gevormd heeft. Deze verplaatsing van het kunst discours naar een hyper-realiteit, naar een totale mediale werkelijkheid, betekent dat niet alleen vragen over handelswaarde of auteursrechten aan de orde zijn. Het heeft ook consequenties voor de identiteit van kunst en de identiteit van de kunstenaar zelf. De kunst en kunstenaar als vertegenwoordigers van individuele spirituele waarden en expressie gaat een toekomst tegemoet waarin deze zogenaamd unieke karakteristieken gelijk komen te staan met hun simulacra, oftewel: de vrije individuele identiteit die vertegenwoordigt werd door de kunstenaar onthult zich als product. Brett Stalbaum doet zijn best in zijn artikel ons toch ook een hart onder de riem te steken. De uitdagingen en nieuwe mogelijkheden die zich nu aan ons opdringen om te worden onderzocht en uitgebuit zijn volgens hem, en trouwens ook volgens mij, voldoende om een nieuwe kunstbeleving te genereren. Een kunstbeleving die ons evenveel voldoening geeft als de oude, of die ons toch minstens een tijdje zoet zal houden.