Kunst tussen Taal en Teken: Jodi

published: 
June, 2005

Enigzins impressionistische tekst over het werk van Jodi, het kunstenaarsduo Joan Heemskerk en Dirk Paesmans. Het is geschreven voor het literaire tijdschrift De Gids. De tekst dient oa als introductie voor het werk van Jodi die in de herfst van 2005 een expositie zullen hebben in Montevideo te Amsterdam. Dutch, slightly impressionist text about the artist duo Jodi, written for the literary magazine De Gids. It also serves as an introduction to the work of these artists who will have a major exhibition in Montevideo (Amsterdam) autumn 2005.

Er staat een grijs monster op mijn bureau. Het komt uit de toekomst (‘the future is now’), als voorbode van dingen die komen gaan, maar lijkt totaal niet op de kunstmatige intelligenties en robots die ik uit science fiction films ken. Deze heeft geen bewegende onderdelen dan die waarmee hij zijn geheugen bedient en raadpleegt: het actieve en het passieve, het werk en het opslaggeheugen. De ventilator binnenin zoemt monotoon, een teken van leven uit de buik van dit ding, mijn computer. Soms ratelt de harde schijf even. Meestal doet hij of hij een saai bureauhulpje is, een veredelde reken- en typemachine. Bij tijd en wijle is de computer echter een zuigend gat, een obscuur venster in de kamer, zelfs helder verlicht niet langer bekend terrein. Hij vult zich dan bijvoorbeeld met vormeloze woorden, schijnbaar taalloze zinnen en uiteenvallende beelden. Vanuit de onafzienbare diepte van het internet, dat zich helemaal door een simpel, dun kabeltje pompt, doemen vreemde visioenen op. Onbegrijpelijk voor niet-geïnitieerden, verwarrend voor digitaal geletterden (programmeurs, lezers en schrijvers van code), amusant voor kenners. Maar deze vreemde vormen en tekens hebben zich niet opgedrongen, al lijkt het soms of mijn stijve grijze bureauhulpje eraan bezwijken zal als aan een onwelkom virus: ze zijn hier op uitdrukkelijke uitnodiging. Kunst op het internet haalt uit computers wat u niet voor mogelijk hield en misschien zelfs vreest: alles. Bij het werk van het Belgisch-Nederlandse duo Jodi is de taal van de computer, de achterliggende code van software en webpagina’s, en zijn samenhang met de computer zelf, de cruciale spil in een al veelbesproken en geprezen visueel poëtisch spel met vorm, verwachtingen en communicatie. Jodi zijn de Nederlandse Joan Heemskerk en de Belg Dirk Paesmans. Zij ontmoetten elkaar begin jaren negentig aan de Jan van Eyk academie in Maastricht waar zij beiden studeerden. Joan Heemskerk had een fotografie achtergrond, Dirk Paesmans maakte voornamelijk videokunst. Beiden raakten al snel gefascineerd door computers en besloten in 1993 op de bonnefooi, zonder plan of werkplek, richting Silicon Valley te vertrekken om de oorsprong van deze machines te bekijken en mee te maken. Ze mochten, na aangeklopt te hebben bij diverse instituten en bedrijven, voor niks werken en onderzoek verrichten aan het Cadre opleidingsinstituut voor kunst en nieuwe media. Ze zijn er drie jaar gebleven. Ze waren aanwezig, maar niet op papier: officieel stonden ze niet ingeschreven. Op een dag zag Dirk Paesmans een student van Cadre op een computer een plaatje bekijken van ‘naakte dames op de fiets’. Het was hem meteen duidelijk dat dit pornografische plaatje onmogelijk in de computer van de universiteit kon zitten. Het was de eerste kennismaking van Jodi met het World Wide Web. Joan Heemskerk en Dirk Paesmans hebben daarna geen lessen gevolgd in hoe ze een website moesten bouwen of hoe met het internet om te gaan. Ze kregen van vrienden simpelweg een dik boek in de handen gedrukt, een manual voor het leren van HTML, de basis code voor het schrijven of ontwerpen van webpagina’s. Het meeste leerden ze echter door andere websites te bekijken, iets waar ik later op terugkom. Hoewel ze samen hun eerste website bouwden, is hun samenwerking niet meteen vanzelfsprekend: de eerste jodi-site bevatte aparte werken van beide partners. Langzaam vloeide hun onderzoek en werkwijze echter samen en ontstond de Jodi signatuur. Jodi speelt met elk onderdeel van de computer en het internet: van hardware tot software en games. In hun vroegste periode zijn ze echter vooral bezig met de vormen en protocollen van het internet en het World Wide Web. Software en technieken om die in te zetten worden op allerlei manieren getest en gebruikt. Er ontstaat een complex spel waarin zaken waar een programmeur of webdesigner tegenaan loopt (statistieken over verkeer naar een website of over het internet in het algemeen, onderliggende programmeertalen, bugs (fouten) in software, snelheid of traagheid van internetverbindingen) worden gebruikt om kunstwerken te maken die het midden houden tussen film, poëzie en sculptuur. Samen vormen computer, code, beeld en geluid een beeld, een weergave die niet plat is, die slechts gedeeltelijk ruimtelijk is en die ook maar gedeeltelijk ontastbaar is. Binnen de software van de web browser (software als Netscape, Explorer of Mozilla) maakte Jodi midden jaren negentig visuele vormen die bestonden uit tekst, doorgaans abstracte vormen en verschillende niveaus binnen zowel de browser zelf als hun website. Daarbij werd bijvoorbeeld gespeeld met de mogelijkheid achtergronden te laten verspringen, waardoor een bewegend, filmisch effect ontstond binnen een webpagina. De mogelijkheid binnen een browser via het menu de functie ‘view source’ te kiezen werd en wordt door Jodi ingezet als mogelijkheid een beeld een extra laag te geven, oftewel meerdere dimensies, zowel in vorm als betekenis. Bij het kiezen van deze functie opent zich bij Jodi een venster dat de achterliggende code van de pagina onthult als zijnde een, in eerste instantie onzichtbaar, visueel of poëtisch onderdeel van het werk. Zo heeft een op het eerste gezicht chaotische webpagina een onderliggende code die een tekening van een bom blijkt te zijn en toont een weer andere pagina uit deze tijd dat in de broncode onder andere boodschappen en gekke tekeningen van programmeurs verborgen zijn. Jodi ging ook mails rondsturen, onleesbare maar visueel heel krachtige aaneenschakelingen van letters en tekens die sterk waren beïnvloed door code. De broncode van webpagina’s werd bij Jodi ineens een vorm van poesie concrete. Het is de noodzaak vaak grof te moeten ingrijpen, door bijvoorbeeld in het ergste geval de computer te herstarten bij een werk van Jodi om er überhaupt uit te kunnen komen, die Jodi de naam heeft gegeven ‘crashkunstenaars’ te zijn, oftewel kunstenaars die er vooral op uit zijn de computer vast te laten lopen. De benaming crashkunstenaars is zelfs, al was het op ironische wijze, letterlijk gebruikt voor een artikel van de Duitse criticus Tilman Baumgaertel in Die Zeit in 2002. ‘Abstuerzkuenstler’ heette deze tekst over het vermeend teloorgaan van de zogenaamde ‘netkunst’. Jodi heeft het imago van crashkunstenaars vooral te danken aan hun eerste werken op het web. Deze pagina’s deden of veel browsers crashen, of browsers leken te crashen. Hierover hebben de kunstenaars zelf echter een geheel niet negatief oordeel. Voor Jodi hoort crashen namelijk nu eenmaal gewoon bij ‘de natuur van de browser’, vertelden ze me. Browsers crashen gemakkelijk, zo zijn ze in de ogen van Jodi gewoon gebouwd en dat accepteren ze als deel van hun werk. In de huidige versies van browsers blijft het oude werk van Jodi overigens nauwelijks nog steken, maar het is veranderd van vorm en karakter, niet alleen door nieuwe werkingen van browsers, maar ook door de snellere internetverbindingen van tegenwoordig. De verschillende versies van browsers werden door jodi nooit beoordeeld zoals bijvoorbeeld diegenen die deze software ontwikkelden dat deden. Voor Jodi telt niet zozeer wat de makers willen dat software hoort te doen, maar wat deze software allemaal echt kan en doet. Voor jodi waren browsers een gegeven, een materiaal waarmee spannende en mooie dingen te maken waren. In verschillende interviews hebben de kunstenaars aangegeven dat de ontwikkeling van browsers (versie 1.0, 2.0, 3.0 etc.) voor hun zelfs niet altijd even gelukkig uitpakte, omdat door hun gemaakte webpagina’s ineens niet meer werkten zoals ze bedoeld waren in een nieuwe generatie software. Het werk van Jodi sloeg in als een bom. Hun abstracte beeldtaal, hun schijnbaar totale gebrek aan respect voor conventies in webdesign en hun obscure poëtische mails naar verschillende mailinglists maakte hun in korte tijd tot helden en inspiratiebron van grote groepen kunstenaars, designers en zelfs theoretici, welke laatste in Jodi en ook andere internetkunstenaars de opkomst van een nieuwe rebelse avant-garde zagen. Hun werk werd getoond op dX (Documenta X in 1997) en genomineerd en bewierookt op verschillende mediakunstfestivals. In 2002 kreeg Jodi hun eerste grote solotentoonstelling, voor ‘internetkunstenaars’ een tamelijk unieke situatie: kunst op en rond het internet wordt meestal ten onrechte in groepstentoonstellingen getoond, alsof het samen gedeelde medium een overeenkomst in stijl dicteert. Deze reizende tentoonstelling was in Bazel, Berlijn en New York te zien. Terwijl in Nederland het grote publiek en veel kunstcritici nog nooit van Jodi gehoord hebben, kan Jodi zich tot de meest invloedrijke Nederlandse kunstexport rekenen van het laatste decennium, alleen reikt die invloed wel grotendeels buiten de traditionele kunstwereld. Jodi heeft vanaf het begin van hun samenwerking een stelregel gehad, een ‘slogan’: No Content, oftewel Geen Inhoud. Het idee was zonder conceptuele bagage en zonder boodschap kunst te maken, in zo groot mogelijke vrijheid. Het internet was hiervoor een ideale plek. Hoewel Jodi een kritische houding had (en heeft) tegenover de gevestigde kunstwereld, wijzen zij deze nadrukkelijk niet meer af. Midden jaren negentig had Jodi vaak geen zin over kunst te spreken of hun werk kunst te noemen. Dat is nu, een paar jaar en veel discussies over internetkunst later, anders. Ze spreken zelfs over hun anti-anti-kunst, een kunst die tegen het idee van een anti-kunst is. Jodi zit enigszins klem tussen twee werelden: die van de gevestigde kunst met zijn voorkeur voor kunst die zich makkelijk en duidelijk ontsluit voor analyse, en die van haar ‘natuurlijke’ context: internet culturen. In laatstgenoemden is kunst als concept grotendeels een gepasseerd station. Hier is niets vreemds aan: het is gewoon een voortzetting van in de twintigste eeuw ingezette tendensen naar een democratisering van toegang tot kunst en kunstpraktijk, maar ook naar een immateriële en vergankelijke kunst. Met name in kringen waar men de democratisering van de kunstpraktijk voorstaat eist men steeds luider een totale negatie van het woord kunst. Voor Jodi (maar ook voor anderen) is het echter de vraag of zo’n ontkenning zin heeft en het werk ten goede komt. Zij kan ook heel beperkend zijn. Maatstaven van andere disciplines zoals commercie, wetenschap en activisme dringen zich in no time op om de plaats van die van de kunstwereld over te nemen. Ondanks Jodi’s ‘No Content’, of misschien juist daardoor, is hun werk voor verschillende disciplines in te zetten en te begrijpen: in de esthetische leegte van de kunst, de nieuwsgierigheid van de wetenschap, de behoefte aan prikkelende commerciële vormgeving, zelfs binnen het engagement van het activisme. De zelfgekozen leegte van Jodi is schijn, er is gekozen voor een vormeloosheid en ondoorzichtigheid die met het medium zelf is verweven en opgegroeid. Deze is niet leeg, maar intiem, lokaal, actief en veranderlijk. Ze is groots op een geheel andere manier dan een museumstuk, film of zelfs performance. Het werk van Jodi is diep geworteld in het internet. Het is er letterlijk mee opgegroeid. Toen Jodi in Silicon Valley bij het Cadre instituut rondliep stond het web nog in zijn kinderschoenen. Voor de technische ontwikkeling van hun werk was de ‘view source’ functie in de browser daarom voor Jodi, evenals voor de meeste vroege internetkunstenaars en webdesigners, een uitkomst. ‘View source, copy, paste’, oftewel stukjes code kopiëren van webpagina’s die er interessant uitzagen was een belangrijke manier van zelfeducatie en kennisverspreiding. Deze functie heeft al veel gefilosofeer en theorie over cultuurveranderingen opgeleverd. Op het moment dat het web veranderde door nieuwe trends in software (waarin de actieve code niet meer zichtbaar was), verlegde Jodi hun werkterrein van het web naar het maken en bewerken van games, computerspelletjes. Jodi begon min of meer met het bewerken van games door een toeval. Tijdens een residency bij het media instituut C3 in Boedapest, Hongarije, leerden ze een technicus kennen die helemaal gek was van het online computerspel Quake. Deze man heeft Jodi wegwijs gemaakt in de wereld van de gamehackers. Tegenwoordig lanceren veel spelletjesproducenten hun producten al met zogenaamde ‘patches’, oftewel delen van de achterliggende code van een spel waarmee binnen het spel veranderingen aangebracht kunnen worden. Toen Jodi het idee kreeg een eigen versie van Quake te maken was dit echter nog niet het geval. In die tijd bestonden er wel communities van hackers, kringen van liefhebbers van games die deze games ‘hackten’ om zelf veranderingen in een game aan te kunnen brengen. Met de hacks van deze liefhebbers ging Jodi aan de slag en hebben ze hun eerste versies van Quake (getiteld: untitled game) gemaakt. Dirk Paesmans noemt het spelen met de code van Quake door liefhebbers een vorm van ‘creatief met k…code’. Het verschil tussen Jodi en andere game modifiers (letterlijk: spel aanpassers) is dat Jodi in het veranderen van het spel vaak tot het uiterste gaat en een totale abstractie ambieert, terwijl het de meeste code knutselaars alleen gaat om een personage in een spel een groter pistool, grotere borsten of andere kleur jasje te geven. Door hun wens spelletjes volkomen te deconstrueren heeft Jodi dan ook ironisch genoeg meer tijd op het internet door moeten brengen dan zij voor hun browser werk ooit hebben moeten doen. Het was een eindeloos zoeken en hulp vinden bij andere quakers/gamers om soms dat ene laatste druppeltje bloed van een verder al volkomen abstract beeld te verwijderen. Dirk Paesmans beschreef het binnentreden van de wereld van Jodi’s ‘ctrl-space’ ooit aan criticus Tilman Baumgaertel als “alsof je een op-art schilderij binnenstapt”. De duizendpoot Anne Marie Schleiner, die onder andere een website onderhoudt over open source (beweging tegen standaard toepassing van auteursrechten) en game hacks, schreef in een recensie van Jodi’s ‘untitled game’ dat Jodi’s games in feite “art generating tools” zijn, oftewel software die kunst genereert. Hoewel we ons kunnen afvragen of dit ook werkelijk zo is, is dat een interessante observatie. Al lange tijd wordt er met de vraag gespeeld of machines ooit volwaardige kunstwerken zouden kunnen produceren. In het geval van Jodi’s games is er echter slechts de illusie van een steeds nieuw product. Het kunstwerk, de software, creëert een digitale omgeving, die slechts een veranderlijke chaos lijkt, maar er geen is. De gebruiker, het publiek, begeeft zich virtueel in een zwart-witte ruis of een witte omgeving met zwarte blokken waar men langs kan bewegen, terwijl standaard computerspelgeluiden haar of hem begeleiden: een grommend dier, een uitdagende stem, pistoolschoten,vechtgeluiden. Visueel is er zo goed als geen houvast, maar de weergave van een score en het aantal verspeelde levens van de gebruiker in het spel toont dat er wel degelijk een spelwereld te overwinnen valt. Dit veroorzaakt een gevoel van onzekerheid, irritatie misschien en mogelijk zelfs overgave aan een niet beheersbare ervaring. Als we dit spel zien als software die kunst genereert dan is deze omgeving als het ware een door de software gecreëerde installatie, een virtuele structuur, waarvan de vormgeving nadrukkelijk aan de software is afgedwongen. De steeds nieuwe ervaringen van het publiek binnen deze ruimte zijn niet steeds nieuwe werken, maar individuele processen binnen een werk. Na het bouwen van complexe sculpturen in de interactieve hypertext omgeving van het web kneedde Jodi eenzelfde soort structuren van bestaande games. Bij het werken aan deze games dwaalt Jodi graag af van de focus op het spel naar de schoonheid of verrassingen in de achterliggende code. Deze wordt steeds als eigen visueel of literair fenomeen beschouwd. Delen ervan worden soms uitgelicht en als mails verstuurd. De uiteindelijke code van Jodi’s games wordt in zijn geheel getoond op Jodi’s website, al dan niet pas leesbaar via de ‘view source’ functie van de browser. Jodi blijft echter niet puur binnen een digitale omgeving werken. Al bij de vroege presentaties van hun werk op mediafestivals werd duidelijk dat niet alleen het werk van Jodi bijzonder is, maar ook hun fysieke presentaties. Zoals sommige dichters hun werk een geheel nieuwe dimensie geven als zij het zelf voordragen, zo ook is een presentatie van Jodi een ervaring op zich, die sterk afsteekt bij de powerpoint (soort digitale diashow) treurigheid van de gemiddelde nieuwe mediakunst presentatie. De eerste keer dat ik Jodi meemaakte, tijdens een chaotische ‘secret net.art meeting’ in Londen in Januari 1997, veilden ze, uit protest tegen toenmalige ideeën over onverkoopbare internetkunst, floppy’s met daarop hun werk. De tweede keer zetten ze de zaal van het Transmediale festival in Berlijn op zijn kop met de presentatie van hun werk OSS****, dat de computer desktop volkomen op hol lijkt te doen slaan. Jodi heeft de neiging niet of nauwelijks commentaar te geven bij hun werk, slechts af en toe maakt een van de twee een droge, ontluisterende opmerking. Een presentatie op Sonic Acts, een festival in Amsterdam waarbij geluid in mediakunst centraal staat, was voor het publiek bijna te abstract, een handjevol juichende computerprogrammeurs en kunstenaars daargelaten. Jodi gebruikte hier hun software om een soort experimentele muziek te maken, natuurlijk begeleid door Jodi beelden. Maar een echte doorbraak naar de tastbare wereld vond plaats bij de al eerder genoemde eerste grote tentoonstelling van hun werk in 2001. Hiervoor besloot Jodi voor het eerst de hardware van de computer ingrijpend te betrekken in hun werk. Die wilden ze “ten-troon-stellen”, in de woorden van Dirk Paesmans. Om eens goed te proberen te doorgronden wat het verband is tussen machine en code besloot Jodi terug te gaan naar de pre-historie van de huiscomputer, de allereerste spelcomputers. De ZXSpectrum is een onooglijk zwart plastic doosje met daarop wat tiptoetsen dat gewoon op de televisie aangesloten moest worden om spelletjes als Donkey Kong of Pong te kunnen spelen. De code waarmee dit apparaatje werkt is al lang niet meer in gebruik en heet heel toepasselijk BASIC. ZXSpectrum machientjes zijn nog wel her en der te koop, maar beginnen langzaam maar zeker bijna letterlijk uit te sterven, omdat ze niet alleen weggegooid worden, maar ook technisch op zijn. De BASIC code was voor Jodi als Latijn is voor de gemiddelde Nederlander: een dode, bijna onbegrijpelijke taal. Binnen de ZXSpectrum, met zijn antieke code, heeft Jodi verschillende spelletjes gemodificeerd. De beeldtaal ervan is aandoenlijk. Ze doet een beetje denken aan de vormgeving van Teletext en is daar ook aan verwant. Vanwege de ontwapenende knulligheid is deze beeldtaal trouwens ook weer hip onder vormgevers. Mijn favoriete werk van Jodi met de ZXSpectrum is echter een DVD die ze maakten van een onderzoek naar het verband tussen de BASIC code en vormgeving. Deze zwart-wit film, een opname van wat de ZXSpectrum op een beeldscherm weergeeft tijdens een Jodi experimenteersessie, toont hoe de ZXSpectrum opstart en hoe vervolgens steeds nieuwe commando’s worden ingetypt, commando’s die een steeds complexer beeld ontvouwen, tot we uiteindelijk een Jodi-esque spel met zwart wit blokken en vormen zien. De spanning zit bij deze DVD in de goed getimede opbouw van traagheid en eenvoud naar een steeds snellere opeenvolging van sterke, abstracte beelden, vermengt met de taal en het jaren tachtig spelcomputergeluid van de ZXSpectrum. Het werk is enigszins nostalgisch, en zou bijna kitscherig zijn als Jodi niet zo kundig was in het schetsen met en expressief gebruik maken van media. Hun timing is steeds perfect en spannend. Ook in hun werk met deze oude computer blijft de code prominent aanwezig als poëtisch element. Het mooie van code als poëzie is de verschillende leesniveaus binnen een tekst, die steeds tegelijk aanwezig zijn. Het geeft de taal een extra dimensie, die door de Duitse theoreticus Florian Cramer vergeleken wordt met occulte en metafysische teksten, van Pythagoras tot alchemie. Deze tekst draagt letterlijk een (sluimerende) activiteit in zich, die als beeld zichtbaar wordt. Jodi weet in hun werk een interessante balans te vinden tussen respect of liefde voor het medium, de personal computer in al zijn vormen en opstellingen, en deconstructie van zijn technische en culturele aspecten. Door hun experimentele werk op het internet, hun website, hun mailings, maar ook hun eigen benadering van games en hun onconventionele presentaties is Jodi in internet culturele kringen legendarisch. Een groter publiek voor Jodi’s werk is absoluut denkbaar, en zal hopelijk een dieper inzicht creëren in de nieuwe wondere wereld van een werkelijk interdisciplinaire kunst die zich ook vrij buiten een institutionele kunstwereld kan bewegen en handhaven. Het werk van Jodi zal dit jaar in een grote tentoonstelling te zien zijn bij het Nederlands Instituut voor Mediakunst, voorheen Montevideo, in Amsterdam. Deze vindt plaats van 27 augustus tot 22 oktober 2005.